ECLI:NL:GHARN:2011:BP4910
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- J.M. Rowel-van der Linde
- J.P. Evenhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens recente strafrechtelijke veroordeling
De appellant verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar de rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b, van de Faillissementswet, omdat zij binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek strafrechtelijk was veroordeeld. De rechtbank oordeelde dat het plegen van een strafbaar feit niet verenigbaar is met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling en dat appellant als 'gewaarschuwd mens' moest worden beschouwd vanwege een eerdere afwijzing in 2005.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zij niet schuldig was aan de strafbare feiten en dat de schulden niet door buitensporige uitgaven waren ontstaan, met de verwachting dat zij weer inkomen zou genereren. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden, met name de schuld aan de Belastingdienst van circa €10.000.
Het hof stelde vast dat appellant niet in hoger beroep was gegaan tegen haar strafrechtelijke veroordeling voor winkeldiefstal, waardoor de strafbaarheid vaststond. Dit was onverenigbaar met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen vanwege een recente strafrechtelijke veroordeling en onvoldoende aannemelijkheid van te goeder trouw handelen.