ECLI:NL:GHARN:2011:BP5380

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000105-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 SrArt. 67 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens onmogelijkheid tot vertrek door stateloosheid

Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 21 mei 2009 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De verdediging stelde dat verdachte niet strafbaar was wegens overmacht, omdat hij stateloos is en geen reisdocumenten kon verkrijgen om het land te verlaten.

Het hof onderzocht de nationaliteit van verdachte en concludeerde dat geen enkel land bereid was hem een laissez-passer te verstrekken. Dit werd ondersteund door verklaringen over de stateloosheid van zijn familieleden en eerdere uitspraken van rechtbanken over zijn broer en zus.

Het hof verwierp het verweer dat de voorlopige voorziening met terugwerkende kracht zou gelden en oordeelde dat verdachte weliswaar het ten laste gelegde feit had begaan, maar wegens overmacht niet strafbaar was. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezen, maar sprak verdachte vrij en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging.

Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht door stateloosheid en onmogelijkheid tot vertrek.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000105-10
Parketnummer eerste aanleg: 07-601208-09
Arrest van 22 februari 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 8 januari 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1986] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte,
mr. M.G.C. van Riet, advocaat te Amsterdam.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake schuldig zal verklaren zonder oplegging van straf of maatregel.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 21 mei 2009 te [plaats], in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard en op 21 mei 2009 nog steeds ongewenst vreemdeling was.
Verweer
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de beslissing van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 juli 2009 geacht moet worden met ingang van de datum van het verzoek (op 27 februari 2009) te zijn gaan werken. Daaruit zou moeten volgen dat de strafrechtelijke gevolgen van de bij besluit van 26 februari 2009 ongewenstverklaring van verdachte op 21 mei 2009 geschorst waren, zodat verdachte van het hem ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.
Anders dan de raadsvrouw betoogt is het hof van oordeel dat de ingangsdatum van de voorlopige voorziening is het moment waarop deze wordt uitgesproken. De wet noch de uitgesproken voorziening geven aanwijzingen dat dit hier anders zou zijn. Het hof verwerpt het verweer.
Bewezenverklaring
Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 21 mei 2009 te [plaats], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard en op 21 mei 2009 nog steeds ongewenst vreemdeling was.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.
Strafbaarheid
De raadsvrouw van verdachte heeft ter zitting van het hof - zakelijk weergegeven - betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Verdachte bevindt zich in een situatie van overmacht nu hij buiten zijn schuld niet in het bezit kan komen van reisdocumenten. Er is volgens de raadsvrouw geen werkelijk vooruitzicht op verwijdering omdat verdachte stateloos is en een derde land hem niet zal opvangen.
Uit de ter door de raadsvrouw ter zitting van het hof overgelegde stukken is ten aanzien van het onderzoek naar de nationaliteit van verdachte het volgende naar voren gekomen.
Verdachtes oma zou in 1948 in Bulgarije geboren zijn. Van deze geboorte is nimmer aangifte gedaan. Op 25 februari 2009 hebben presentaties bij de Bulgaarse autoriteiten plaatsgevonden in de zaken van verdachte en zijn broer [broer], om te achterhalen of zij de Bulgaarse nationaliteit zouden bezitten. Verdachte en zijn broer bleken de Bulgaarse nationaliteit echter niet te bezitten.
Verdachtes moeder zou in 1968 in Italië geboren zijn. Uit de consulaire verklaring volgt echter dat zij niet in Rome is geboren.
Ook uit stukken in de zaak van de oma en moeder van verdachte valt af te leiden dat zij stateloos zijn dan wel dat hun nationaliteit onbekend is.
Verder heeft de rechtbank Amsterdam op 19 maart 2009 in de zaak van verdachtes broer [broer] vastgesteld dat de enige aanknopingspunten die de IND heeft over zijn mogelijke nationaliteit, de Bulgaarse en Italiaanse identiteit, onvoldoende zijn om een reëel zicht op uitzetting aan te kunnen nemen. Hetzelfde geldt op grond van een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 juli 2010 voor verdachtes zus [zuster].
De moeder van verdachte was ten tijde van de geboorte van verdachte niet gehuwd.
Naar het oordeel van het hof is op grond van het voorgaande voldoende duidelijk dat er geen land is dat bereid is verdachte een laissez-passer te verstrekken. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat dit op 21 mei 2009 anders was. Dit betekent dat verdachte buiten zijn wil om niet in staat was naar een ander land te vertrekken. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte voor wat betreft het bewezen verklaarde niet strafbaar moet worden geacht en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
Het hof acht verdachte niet strafbaar.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte als voormeld ten laste gelegde bewezen;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
kwalificeert hetgeen is bewezenverklaard als hiervoor vermeld en verklaart dit feit strafbaar;
verklaart verdachte echter niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Lahuis voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.