ECLI:NL:GHARN:2011:BP5758

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
14 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
P10/0393
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • E. van der Herberg
  • Y.A.J.M. van Kuijck
  • J.M.J. Denie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling en afwijzing voorwaardelijke beëindiging verpleging overheidswege

De terbeschikkinggestelde, geboren in 1976 te Rotterdam, is onder verantwoordelijkheid van een TBS-inrichting geplaatst na een misdrijf gericht tegen de lichamelijke integriteit, namelijk moord. De rechtbank had de TBS-maatregel verlengd met een jaar en de verpleging verlengd, waartegen het hoger beroep is ingesteld.

Uit het verlengingsadvies van december 2009 blijkt dat de terbeschikkinggestelde kampt met complexe ontwikkelings-, persoonlijkheids- en gedragsproblematiek, waaronder een contactstoornis en een gestoorde realiteitstoetsing. Het delictgevaar is volgens het advies nog aanwezig, vooral bij langdurige spanning zonder begeleiding, waardoor agressief gedrag kan toenemen.

De aanvullende informatie van januari 2011 bevestigt dat de betrokkene nog langdurige begeleiding nodig heeft en ambivalent staat tegenover reclasseringsbemoeienis. Het proefverlof is gepland per 1 maart 2011. Het hof oordeelt dat het te vroeg is voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, omdat het delictgevaar niet voldoende is verminderd en de begeleiding noodzakelijk blijft.

Het hof vernietigt de beslissingen van de rechtbank Rotterdam en verlengt de terbeschikkingstelling met een jaar. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling is met een jaar verlengd en het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is afgewezen.

Uitspraak

TBS P10/0393
Beslissing d.d. 14 februari 2011
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
Betrokkene,
geboren te Rotterdam in 1976,
onder verantwoordelijkheid van een tbs-inrichting,
doch verblijvende in B.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 2 maart 2010, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, en tegen de beslissing van die rechtbank van 12 oktober 2010, houdende toewijzing van de vordering tot verlenging van de verpleging van de terbeschikkinggestelde.
Het hof heeft ter terechtzitting van 31 januari 2011 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman en de advocaat-generaal.
Overwegingen:
Het standpunt van de kliniek
In het verlengingsadvies van 4 december 2009 staat vermeld dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van complexe ontwikkelings-, persoonlijkheids- en gedragsproblematiek. Er is tevens sprake van een contactstoornis, een eenzijdige belangstelling en een heftig fantasieleven dat gepaard gaat met een gestoorde realiteitstoetsing. Het hoge angstniveau uit zich afwisselend in diffuse angsten en obsessief gedrag. De persoonlijkheid wordt gekenmerkt door een diepgaand patroon van sociale en contactuele beperkingen. In sociale situaties voelt de terbeschikkinggestelde zich snel bedreigd. Ten aanzien van de delictgevaarlijkheid staat in het advies vermeld dat, indien de maatregel voortijdig zal eindigen, de kans op destabilisatie zal toenemen. Bij het ervaren van tegenslagen en de moeilijkheden die het dagelijks leven met zich brengt, heeft de terbeschikkinggestelde nog een vangnet nodig. Vooral bij langdurige spanning, zonder begeleiding, zorg en structuur, neemt de kans op agressief gedrag toe. Geadviseerd wordt de TBS-maatregel met een jaar te verlengen.
Uit de aanvullende informatie van 21 januari 2011 komt onder andere naar voren dat de terbeschikkinggestelde nog steeds sterk ambivalent is tegenover de bemoeienis door de reclassering en dat het van belang is dat hij tijd krijgt om aan zijn vaste reclasseringsbegeleider te wennen. De terbeschikkinggestelde heeft de neiging zichzelf te overschatten. Daarom is besloten dat aan de wens om nu te verhuizen niet kan worden voldaan. Een langdurige begeleiding is gewenst. De machtiging tot proefverlof is inmiddels verleend. In overeenstemming met B. en de reclassering is besloten het proefverlof per 1 maart 2011 in te zetten.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De beslissing van de rechtbank tot verlenging van de TBS-maatregel met een jaar kan bevestigd worden. Het proefverlof moet nog een aanvang nemen. Het is daarom te vroeg voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het daartoe strekkend verzoek dient afgewezen te worden.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
Het beroep is gericht tegen de beslissing tot verlenging van de TBS-maatregel en tegen de afwijzing van het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De terbeschikkinggestelde wil dat de maatregel beëindigd wordt. Hij zal dan in de B. blijven wonen. Hij wil echter geen begeleiding door de reclassering meer.
Gelet op het gegeven dat er geen sprake meer is van delictgevaarlijkheid kan de terbeschikkingstelling beëindigd worden. Subsidiair dient de verpleging van overheidswege onder voorwaarden beëindigd worden.
Het oordeel van het hof
De terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege werd opgelegd terzake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten: moord.
Gelet op het thans nog aanwezige delictgevaar en het gegeven dat betrokkene nog gedurende enige tijd structuur, zorg en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist en dat verlenging met een termijn van een jaar geïndiceerd is.
Het hof acht het te vroeg voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. In de eerste plaats is niet aannemelijk geworden dat het delictgevaar zodanig verminderd is dat een zodanige beëindiging op zijn plaats is. In de tweede plaats is uit de aanvullende informatie van de kliniek van 21 januari 2011 gebleken dat de terbeschikkinggestelde nog langdurige begeleiding behoeft. Het hof is daarom van oordeel dat het door de kliniek ingezette resocialisatietraject door middel van proefverlof voortgezet dient te worden, te meer nu het voornemen bestaat om het proefverlof reeds op 1 maart 2011 aan te laten vangen. Het verzoek strekkende tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege dient dan ook afgewezen te worden.
De beslissingen waarvan beroep
Het hof zal de beslissingen van de rechtbank om doelmatigheidsredenen vernietigen.
Beslissing
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 12 oktober 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 2 maart 2010 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr E. van der Herberg als voorzitter,
mr Y.A.J.M. van Kuijck en mr J.M.J. Denie als raadsheren,
en dr. L. Kaiser en dr. W. van Kordelaar als raden,
in tegenwoordigheid van mw M.C.L. Roelofs als griffier,
en op 14 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.