ECLI:NL:GHARN:2011:BP6259
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- K. Lahuis
- W.M. van Schuijlenburg
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens overmacht bij illegaal verblijf van ongewenst verklaarde vreemdeling
Verdachte, een etnische Armeniër afkomstig uit Azerbeidzjan, werd veroordeeld voor het illegaal verblijf in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Hij kon echter niet beschikken over geldige reisdocumenten of een vervangend reisdocument verkrijgen om Nederland legaal te verlaten. Pogingen om een Laissez-Passer te verkrijgen via diplomatieke kanalen faalden.
De verdediging voerde aan dat verdachte zich in een situatie van overmacht bevond, omdat hij buiten zijn schuld niet kon voldoen aan de vertrekverplichting. Het hof stelde vast dat verdachte na beëindiging van vreemdelingenbewaring illegaal Nederland verliet en zich in België als asielzoeker meldde, waarna hij via een Dublin-claim teruggebracht werd. Het hof achtte bewezen dat verdachte wist van zijn ongewenste status, maar dat hij niet verwijtbaar illegaal verbleef omdat hij geen geldige documenten had.
Het hof verwierp het verweer dat het strafbaar stellen van het feit in strijd is met de Europese terugkeerrichtlijn, omdat deze richtlijn geen bepalingen bevat over sanctionering. Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van verwijtbaarheid, sloeg het beroep op overmacht aan. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van alle rechtsvervolging wegens overmacht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken en ontslagen van alle rechtsvervolging wegens overmacht bij illegaal verblijf.