ECLI:NL:GHARN:2011:BP6547
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk voordeel trekken uit bijstandsfraude met gevangenisstraf
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het opzettelijk voordeel trekken uit een misdrijf, namelijk bijstandsfraude gepleegd door haar mededader. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan.
Het hof acht bewezen dat verdachte gedurende bijna 30 maanden gebruik heeft gemaakt van een woning en voorzieningen die werden betaald uit de opbrengst van valsheid in geschrifte door haar mededader, met wie zij samenwoonde. Hierdoor heeft zij zich financieel bevoordeeld ten koste van de gemeenschap. Verdachte is niet verschenen tijdens de zittingen en haar actuele persoonlijke omstandigheden zijn onbekend.
Gezien het feit dat verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en de ernst van het feit, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Het hof legt een gevangenisstraf van 8 weken op, waarbij het benadelingsbedrag van €38.723,10 voor 50% aan verdachte wordt toegerekend. Het hof spreekt verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen zijn verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht weken voor het opzettelijk voordeel trekken uit bijstandsfraude.