ECLI:NL:GHARN:2011:BP6648
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G. Dam
- L.T. Wemes
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overtreding Opiumwet
De veroordeelde is in eerste aanleg door de rechtbank Zwolle-Lelystad veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €69.844,-, voortvloeiend uit medeplegen van een overtreding van de Opiumwet in de periode augustus tot oktober 2004.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en opnieuw recht gedaan. Op basis van een strafrechtelijk financieel onderzoek, waarin de uitgaven van de veroordeelde zijn vergeleken met zijn legale inkomsten, stelt het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €66.046,64. Hierbij is een correctie toegepast voor minder gerookte sigaretten.
De verdediging voerde aan dat ontneming op grond van artikel 36e lid 3 Sr slechts mogelijk is indien er aanwijzingen zijn van andere strafbare feiten die uit wettige bewijsmiddelen blijken, en dat het rapport niet verifieerbaar zou zijn. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het rapport gebaseerd is op verifieerbare gegevens, waaronder verklaringen van de veroordeelde, administratie en belastinggegevens.
Verder achtte het hof de verklaring van de veroordeelde over leningen van familie en kennissen niet aannemelijk, omdat deze niet verifieerbaar waren. Vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd de betalingsverplichting verminderd met €5.000,-. Het hof legde de veroordeelde op het bedrag van €61.046,64 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €66.046,64 en legt de veroordeelde de verplichting op dit bedrag minus €5.000,- aan de Staat te betalen.