ECLI:NL:GHARN:2011:BP8388
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vennootschapsbelasting navorderingsaanslagen kartactiviteiten
Belanghebbende, een houdstermaatschappij met kartactiviteiten via dochtervennootschap C, kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over 1998 tot en met 2001. De Inspecteur stelde dat een groot deel van de kosten van kartactiviteiten persoonlijke uitgaven waren en niet zakelijk aftrekbaar. De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslagen verminderd.
In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd omdat sprake was van een nieuw feit en dat de kosten grotendeels niet zakelijk waren. Belanghebbende voerde aan dat de kosten zakelijk waren en dat de Inspecteur door ambtelijk verzuim de aangiften niet nader had onderzocht. Het hof oordeelde dat de Inspecteur geen ambtelijk verzuim had gepleegd en dat de kosten in 1998 en 1999 deels zakelijk waren, maar na 1999 slechts beperkt zakelijk en grotendeels persoonlijk.
Het hof stelde vast dat de kartactiviteiten vanaf 1999 werden gestaakt en dat de kosten na die periode niet in redelijkheid volledig aftrekbaar waren. Het hof achtte aannemelijk dat de kosten in 1998 en 1999 verband hielden met de kartshop en het importeurschap, maar dat er een ernstige wanverhouding bestond tussen kosten en nut voor de onderneming. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en de navorderingsaanslagen werden verminderd tot een zakelijker bedrag. Het incidentele hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over 1998-2001 verminderd wegens gedeeltelijke onzakelijkheid van kartactiviteitenkosten.