3.19 Concrete toepassing van hetgeen onder 3.16 tot en met 3.18 is overwogen, leidt – gelet op de door partijen aangevoerde financiële gegevens – tot het volgende.
Uit de stellingen van [appellanten] en de door hem overgelegde, desbetreffende bescheiden valt af te leiden dat [appellant sub 1] in of omstreeks juni 2001 een netto maandinkomen uit arbeid genoot van fl. 3.360,- (€ 1.524,70). De in de door Levob gemaakte berekening vervatte stelling van Levob dat dit netto-maandinkomen € 3.360,- bedroeg is in het licht van de inhoud van het onder 3.13 bedoelde Aanvraagformulier en de daaraan gehechte werkgeversverklaring kennelijk onjuist. [appellant sub 1]’s echtgenote [appellant sub 2] genoot geen inkomsten. Uit dat Aanvraagformulier volgt voorts dat [appellanten] ten tijde van de aanvraag bij Levob een netto maandelijkse woonlast had van fl. 275,- (€ 124,71). Die maandelijkse woonlast is op grond van een hypotheekofferte namens Direktbank van 15 juni 2001
(productie 3 bij conclusie van antwoord) volgens [appellanten] verhoogd tot bruto
fl. 1.349,- (€ 612,50). Het hof laat die verhoging bij deze berekening buiten beschouwing, aangezien gesteld noch gebleken is dat Levob, toen zij het in rov. 3.10 onder (b) bedoelde onderzoek diende in te stellen, wist van of bekend had moeten raken met deze lastenverhoging. De in de Nibud-basisnorm verwerkte woonlast bedraagt volgens de berekening van Levob onweersproken € 190,- per maand, zodat de factor W peer saldo € 0 bedraagt. De bij 3.13 slot bedoelde financiële last uit de Overeenkomsten bedraagt € 277,55 (rente) + € 583,33 aflossing, derhalve € 860,88. Bij een overeenkomst met Levob voor Card Krediet van 20 juli 2001 werd door [appellanten] nog een maandlast van fl.150,- (€ 68,07) aangegaan, die het hof bij deze berekening eveneens buiten beschouwing laat vanwege dezelfde reden als bij de woonlastverhoging vermeld. De factor Y, de Nibud-basisnorm, beloopt volgens Levob in dit geval € 804,-, hetgeen door [appellanten] niet is weersproken.
Deze gegevens, ingevuld in genoemde vuistregel X – W – A – C < Y + 0,1 x Y + 0,15 x (X - Y), leiden tot de uitkomst dat € 1.524,70 - € 0 - € 860,88 - € 0 = € 663,82 < € 804 +
0,1x € 804 + 0,15x(€ 1524,70 - € 804) = € 992,50. Daaruit volgt reeds dat Levob bij het door haar naar aanleiding van de aanvraag in te stellen onderzoek tot de slotsom had moeten komen dat de Overeenkomsten tot een naar redelijke verwachting voor [appellanten] onaanvaardbaar zware financiële last zouden leiden. Zelfs indien aangenomen zou moeten worden dat in het door [appellanten] in het Aanvraagformulier opgegeven netto-maandinkomen niet de vakantietoeslag ad bruto f 4.194 (€ 1.903,15) en de onregelmatigheidstoeslag ad bruto f 8.548,- (€ 3.878,91) zou zijn verwerkt, dan nog bleef het gecorrigeerde netto-maandinkomen van [appellant sub 1] verminderd met de financiële last uit de Overeenkomsten onder € 992,50. Ook reeds uit de bij het Aanvraagformulier verstrekte gegevens volgde dus dat ook de verplichtingen uit de door Levob akkoord bevonden Overeenkomsten naar redelijk inzicht tot een voor [appellant sub 1] c.s onaanvaardbare zware financiële last zouden kunnen leiden. Dat geldt te meer indien wel rekening wordt gehouden met het vóór de aankoop van de aandelen en dus de feitelijke verstrekking van de geldlening aan Levob bekende, hiervoor bedoelde maandlast van fl. 150,- (€ 68,07). Levob had derhalve het aangaan van de Overeenkomsten aan [appellanten] moeten ontraden.
Aan de eventuele overwaarde van de eigen woning van [appellanten] ten tijde van het aangaan van de Overeenkomsten komt hierbij geen betekenis toe. Tenzij daarmee uitdrukkelijk door [appellanten] was ingestemd, moest Levob bij de beantwoording van de vraag of naar redelijk inzicht de financiële last uit de Overeenkomst niet onaanvaardbaar zwaar was, ervan uitgaan dat van [appellanten] niet verlangd kon worden bij de uitvoering van deze beleggingsovereenkomsten de (waarde van de) eigen woning in de waagschaal te stellen