ECLI:NL:GHARN:2011:BP8831
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken overtuigend bewijs mishandeling
In de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van opzettelijke mishandeling van het slachtoffer op 29 november 2008, heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken.
De mishandeling zou hebben plaatsgevonden na een woordenwisseling gevolgd door een handgemeen. Drie belastende verklaringen wezen verdachte aan als dader, waaronder die van de dochter en echtgenote van het slachtoffer. Daartegenover stonden de ontkennende verklaring van verdachte en de verklaringen van twee getuigen die het verhaal van verdachte ondersteunden.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van de getuigen onderling zozeer verschilden dat er geen overtuigend bewijs was dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet in hoger beroep behandeld, zodat het hof daar niet over kon beslissen.
Op grond van deze overwegingen sprak het hof verdachte vrij van mishandeling en vernietigde het het eerdere vonnis.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs mishandeling.