ECLI:NL:GHARN:2011:BP8831

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001795-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken overtuigend bewijs mishandeling

In de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van opzettelijke mishandeling van het slachtoffer op 29 november 2008, heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken.

De mishandeling zou hebben plaatsgevonden na een woordenwisseling gevolgd door een handgemeen. Drie belastende verklaringen wezen verdachte aan als dader, waaronder die van de dochter en echtgenote van het slachtoffer. Daartegenover stonden de ontkennende verklaring van verdachte en de verklaringen van twee getuigen die het verhaal van verdachte ondersteunden.

Het hof oordeelde dat de verklaringen van de getuigen onderling zozeer verschilden dat er geen overtuigend bewijs was dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet in hoger beroep behandeld, zodat het hof daar niet over kon beslissen.

Op grond van deze overwegingen sprak het hof verdachte vrij van mishandeling en vernietigde het het eerdere vonnis.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van overtuigend bewijs mishandeling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001795-09
Parketnummer eerste aanleg: 07-020627-09
Arrest van 22 maart 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 juni 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1983] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op de vordering van benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 20 uren subsidiar 10 dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 29 november 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, in ieder geval éénmaal op/tegen het gezicht en/of op/tegen het (boven)lichaam heeft gestompt/geslagen/geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Vrijspraak
Het hof heeft op basis van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Uit de inhoud van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen leidt het hof de navolgende zaken af.
In de nacht van vrijdag 28 november 2008 op zaterdag 29 november 2008 ontstaat tussen verdachte en aangever [slachtoffer], een woordenwisseling. Kort daarop volgt een handgemeen. Er zijn drie - voor verdachte - belastende verklaringen afgelegd. De dochter en echtgenote van het slachtoffer merken verdachte aan als de agressor. Tegenover de drie belastende verklaringen staat de ontkennende verklaring van verdachte, die wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. De verklaringen van deze twee getuigen omtrent het verloop van de gebeurtenissen verschillen zozeer van die van de andere twee getuigen, dat het hof op grond van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
Benadeelde partij
Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zij in haar vordering niet ontvankelijk is verklaard en dat deze vordering in hoger beroep niet opnieuw is gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. E. Pennink, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier, zijnde mr. Pennink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.