ECLI:NL:GHARN:2011:BP8904
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- L.T. Wemes
- G. Dam
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na bewezenverklaring mensenhandel
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad vernietigd en opnieuw recht gedaan in een ontnemingszaak. Veroordeelde was eerder strafrechtelijk veroordeeld voor mensenhandel jegens een minderjarige en meerderjarige slachtoffers. De rechtbank had de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil gesteld, maar het hof stelt het voordeel vast op €58.652,15.
Het hof heeft uitgebreid de inkomsten en kosten van de slachtoffers onderzocht. Voor het minderjarige slachtoffer werd het voordeel op nihil gesteld vanwege hogere kosten dan inkomsten. Voor het meerderjarige slachtoffer werd het voordeel berekend op basis van verklaringen van het slachtoffer, agenda-aantekeningen, en bankafschriften. Hierbij werden inkomsten uit prostitutie verminderd met kosten zoals abortus, huur, levensonderhoud, reiskosten en peeskamerhuur.
Het hof verwierp het verweer dat veroordeelde geen voordeel had behaald uit mensenhandel jegens het meerderjarige slachtoffer, en ook dat het voordeel niet kon worden ontnomen omdat veroordeelde daarvan was vrijgesproken. Het hof achtte aannemelijk dat veroordeelde het voordeel niet met anderen deelde en dat er geen andere slachtoffers waren. Ondanks overschrijding van de redelijke termijn werd de ontnemingsvordering toegewezen.
Het hof legde veroordeelde de verplichting op om het vastgestelde bedrag van €58.652,15 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €58.652,15 en legt veroordeelde de betalingsverplichting op.