ECLI:NL:GHARN:2011:BP8916
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- J. Hielkema
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Veroordeling nalaten melden werkzaamheden echtgenoot aan uitkeringsinstantie
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het opzettelijk nalaten van het verstrekken van gegevens aan de Dienst Sociale Zaken van de gemeente, met name het niet melden van de werkzaamheden van haar echtgenoot gedurende de periode van oktober 2004 tot juni 2007. Hoewel zij verklaarde niet te weten of haar echtgenoot inkomsten uit die werkzaamheden verwierf, ontslaat dit haar niet van de wettelijke inlichtingenplicht.
De politierechter had haar eerder veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht. Het hof sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van valsheid in geschrifte, maar achtte bewezen dat zij in strijd met de Algemene bijstandswet en de Wet werk en bijstand opzettelijk naliet tijdig de benodigde gegevens te verstrekken.
Het hof motiveerde de straf door de ernst van het feit, de duur van de nalatigheid en de beperkte invloed van verdachte op de financiële gang van zaken binnen het huishouden. De opgelegde straf bestond uit een werkstraf van 80 uren, met een vervangende hechtenis van 40 dagen voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd.
De uitspraak benadrukt dat de verdachte uit eigen beweging alle relevante feiten had moeten melden, zodat de Dienst Sociale Zaken kon beoordelen of dit gevolgen had voor de uitkering. Strafuitsluitingsgronden werden niet aangenomen en verdachte had geen eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 80 uren werkstraf en 40 dagen vervangende hechtenis wegens het opzettelijk nalaten van het melden van de werkzaamheden van haar echtgenoot aan de uitkeringsinstantie.