ECLI:NL:GHARN:2011:BP9083
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige valsheid in geschrift met werkstraf opgelegd
Verdachte werd beschuldigd van het meermalen valselijk opmaken van documenten, waaronder verhuisberichten en overboekingsformulieren, met het oogmerk deze als echt te gebruiken om geld van de beleggingsrekening van zijn moeder over te boeken naar zijn eigen rekening. Het hof achtte bewezen dat verdachte de handtekening van zijn moeder had vervalst en de overboekingsformulieren had ingevuld en ondertekend.
Het bewijs bestond uit een handschriftdeskundigenrapport van het NFI, belastende getuigenverklaringen en de aangifte van de benadeelde. Verdachte ontkende de handtekeningen zelf te hebben gezet en stelde dat anderen belang hadden bij de vervalsingen, maar dit werd door het hof verworpen.
De rechtbank veroordeelde verdachte aanvankelijk tot een gevangenisstraf van drie maanden, maar het hof legde een werkstraf op vanwege de familierelatie en de tijd die verstreken was sinds de feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat zij zich niet tijdig en op de juiste wijze had gevoegd in het strafproces.
De behandeling van de zaak in hoger beroep duurde ruim twee jaar, maar het hof oordeelde dat er geen schending was van de redelijke termijn. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur, met een vervangende hechtenis van 90 dagen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, voor meervoudige valsheid in geschrift.