ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0694
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Courtage verschuldigd bij verkoop buiten ingeschakelde makelaar om
Appellanten hadden een exclusieve bemiddelingsovereenkomst gesloten met geïntimeerde voor de verkoop van een bedrijfspand. In deze overeenkomst waren een onderhandelingsverbod en een contracteerverbod opgenomen, die voorschreven dat appellanten geen onderhandelingen mochten voeren buiten geïntimeerde om en geen overeenkomsten mochten sluiten met kandidaten zonder medeweten van geïntimeerde.
Appellanten hebben echter zelf onderhandeld en het pand verkocht zonder medewerking van geïntimeerde, ondanks dat zij geïntimeerde op de hoogte hielden van de gang van zaken. Geïntimeerde vorderde betaling van courtage, verminderd met een reeds betaalde intrekkingsnota, wat de rechtbank toewijst.
Het hof oordeelt dat het enkel informeren van geïntimeerde niet gelijkstaat aan het naleven van het onderhandelingsverbod. Het feit dat geïntimeerde geen bezwaar maakte, betekent niet dat zij afstand deed van haar recht op courtage. Ook het beroep op matiging op grond van artikel 6:248 lid 2 BW Pro wordt verworpen. De grieven van appellanten falen, en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellanten tot betaling van courtage wegens overtreding van het onderhandelings- en contracteerverbod.