ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1301
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- B.P.J.A.M. van der Pol
- H.W. Koksma
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het storten van afvalstoffen bestaande uit aardappelgrond en resten buiten een inrichting
In hoger beroep is vastgesteld dat verdachte in of omstreeks 2008 in de gemeente [plaatsnaam B] afvalstoffen bestaande uit een mengsel van aardappelgrond, aardappelresten en stengels heeft gestort op meerdere locaties buiten een inrichting. De verdediging voerde aan dat het materiaal tarragrond betrof en binnen de eigen inrichting was gestort, maar het hof oordeelde dat het materiaal significant afweek van tarragrond en derhalve als afvalstof moest worden aangemerkt.
Het hof stelde vast dat de Vrijstellingsregeling plantenresten en tarragrond niet van toepassing was omdat het materiaal ten minste 20% aardappelresten en stengels bevatte, wat de grens voor zuivere tarragrond overschrijdt. Daarnaast bleek uit onderzoek dat de locaties waar het materiaal werd gestort niet tot dezelfde inrichting behoorden als waar het materiaal vandaan kwam, mede gelet op de afstand van ongeveer 20 kilometer.
Het hof concludeerde dat verdachte het materiaal buiten een inrichting heeft gestort in strijd met artikel 10.2 lid 1 van de Wet milieubeheer. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van € 2.000, waarbij rekening werd gehouden met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld voor strafbare feiten. De eerdere uitspraak van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 2.000 wegens het storten van afvalstoffen buiten een inrichting.