ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2026
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- K. Lahuis
- O. Anjewierden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijk voorschrift voor politiebevel
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het niet opvolgen van een bevel van een politieambtenaar, gebaseerd op artikel 2.1.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Lelystad. Dit artikel verbiedt onnodig opdringen en stelt dat personen zich moeten verwijderen op bevel van een politieambtenaar.
In hoger beroep stelde het hof vast dat artikel 184 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht vereist dat een vordering krachtens een wettelijk voorschrift moet zijn gedaan. Het hof oordeelde dat het genoemde APV-artikel geen wettelijk voorschrift is in de zin van artikel 184 Sr Pro, omdat het niet inhoudt dat een ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een dergelijke vordering. Ook bleek uit de stukken niet op grond van welk ander wettelijk voorschrift de politie deze bevoegdheid zou hebben gekregen. De algemene taakomschrijving in de Politiewet 1993 volstaat niet.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het hof benadrukte dat zonder een wettelijk voorschrift geen strafrechtelijke sanctie kan worden opgelegd voor het niet opvolgen van een bevel.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van een wettelijk voorschrift voor het politiebevel.