ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2028
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- K. Lahuis
- O. Anjewierden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk telen van hennepplanten in woning
Het gerechtshof Arnhem heeft het vonnis van de politierechter in hoger beroep vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen 1 oktober 2008 en 16 december 2008 in zijn woning in een gemeente opzettelijk 67 hennepplanten teelde. De verdediging voerde aan dat de politie onrechtmatig de woning betrad en dat verdachte tijdens de periode gedetineerd was, waardoor hij niet verantwoordelijk kon zijn voor de kwekerij.
Het hof oordeelde dat de politie op grond van een MMA-melding en een warmtemeting gerechtigd was de woning te betreden. De stelling dat de planten pas tijdens de detentie van verdachte waren geplaatst, werd niet aannemelijk geacht. De verklaringen van getuigen die van de kwekerij afwisten, konden dit niet onderbouwen.
Het hof achtte bewezen dat verdachte opzettelijk 67 hennepplanten teelde, wat een strafbaar feit is volgens artikel 3, onder B, van de Opiumwet. Gelet op de landelijke oriëntatiepunten werd een geldboete van €500,- opgelegd, met vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling. Het hof hield rekening met de eerdere veroordelingen van verdachte en zijn financiële draagkracht.
Het hof verklaarde niet bewezen dat verdachte meer planten teelde dan de 67 aangetroffen exemplaren en sprak hem daarvan vrij. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest van het hof is bindend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500,- met vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling.