ECLI:NL:GHARN:2011:BQ2963
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering wegens ontbreken bewijs opzegging kinderopvangovereenkomst
Appellante had een overeenkomst gesloten met een kinderdagverblijf voor de opvang van haar kinderen en ontving daarvoor kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. Na september 2006 maakte zij geen gebruik meer van de opvang, maar betwistte het kinderdagverblijf dat zij de overeenkomst had opgezegd.
Appellante vorderde betaling van bedragen die de belastingdienst van haar terugvorderde wegens teveel toegekende toeslag, stellende dat de overeenkomst mondeling was opgezegd en dat het kinderdagverblijf ongerechtvaardigd verrijkt was door de bedragen te behouden. De rechtbank wees de vordering af wegens gebrek aan bewijs van opzegging.
In hoger beroep richtte appellante grieven tegen de bewijswaardering en de afwijzing van haar vordering tot vergoeding van door de belastingdienst in rekening gebrachte kosten. Het hof oordeelde dat de jaaropgaven en overige stukken onvoldoende bewijs vormen voor de opzegging, mede omdat het kinderdagverblijf aannemelijk had gemaakt dat zij de overeenkomst pas in juni 2007 beëindigde.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep. Er was geen aanleiding voor het hof om ambtshalve bewijsopdrachten te verstrekken, nu appellante geen aanvullend bewijs had aangeboden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van appellante af wegens onvoldoende bewijs van opzegging.