ECLI:NL:GHARN:2011:BQ4476
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ne bis in idem bij disciplinaire straf en strafrechtelijke vervolging
In deze zaak stond de vraag centraal of een disciplinaire straf opgelegd door de directeur van een penitentiaire inrichting, gevolgd door strafrechtelijke vervolging wegens dezelfde gedraging, in strijd is met het ne bis in idem-beginsel.
De politierechter had het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard omdat hij oordeelde dat de disciplinaire straf gelijk stond aan een strafrechtelijke procedure, waardoor vervolging niet mogelijk zou zijn. Het hof stelde echter vast dat de disciplinaire straf niet in het kader van een strafrechtelijke procedure is opgelegd en dat artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht daarom niet van toepassing is.
Ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verzet zich niet tegen vervolging na een disciplinaire straf. De advocaat-generaal benadrukte dat de juridische aard van de disciplinaire straf en de strafrechtelijke vervolging verschillend zijn, waardoor geen sprake is van hetzelfde feit in juridische zin.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en wees de zaak terug naar de rechtbank Almelo voor verdere behandeling, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens overwoog het hof dat de zaak niet door de enkelvoudige kamer behandeld had moeten worden vanwege de complexiteit.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de politierechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.