ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5200
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- J. Lamens
- R.A.V. Boxem
- Rechtspraak.nl
Onverbindendheid legesverordening Utrecht wegens overschrijding opbrengstlimiet
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een bedrijfshal met kantoor, waarbij een legesnota werd opgelegd op basis van een bouwsom die hoger was dan in het aanvraagformulier vermeld. De Ambtenaar handhaafde de legesnota, maar de Rechtbank Utrecht vernietigde deze en verklaarde de legesnota ongegrond. De Ambtenaar stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem.
In hoger beroep stond centraal of de legesverordening van de gemeente Utrecht, en met name de tarieventabel, in overeenstemming was met artikel 229b van de Gemeentewet, dat een opbrengstlimiet stelt aan legesheffingen. Belanghebbende betwistte de omvang en aard van de toegerekende kosten en stelde dat de opbrengstlimiet was overschreden, waardoor de verordening onverbindend zou zijn.
Het Hof oordeelde dat de Ambtenaar onvoldoende concreet en cijfermatig had toegelicht hoe de kosten waren berekend en dat de gevraagde nadere gegevens te laat waren aangeleverd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de opbrengstlimiet was overschreden. Gezien de onzekerheid en het ontbreken van bewijs achtte het Hof de legesverordening in haar geheel onverbindend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van de Rechtbank Utrecht werd bevestigd en de legesnota vernietigd. De Ambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Ambtenaar wordt ongegrond verklaard en de legesverordening wordt geheel onverbindend verklaard.