ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5274
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nakoming omgangsregeling tussen vader en dochter
In deze zaak vordert [de man] nakoming van een omgangsregeling met zijn dochter, vastgesteld bij beschikking van de rechtbank Zwolle-Lelystad in 2004. De omgangsregeling is echter niet nagekomen en sinds mei 2004 is er geen contact geweest tussen vader en dochter.
De moeder, [de vrouw], voert aan dat het niet in het belang van de minderjarige dochter is om de omgang te hervatten, omdat de dochter geen behoefte heeft aan contact en in een loyaliteitsconflict verkeert. De Raad voor de Kinderbescherming bevestigt deze situatie in een rapport.
Het hof stelt vast dat de omgangsregeling formeel nageleefd dient te worden, maar dat in dit geval feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden die tegen onverkorte nakoming pleiten. Het belang van de dochter staat centraal. Daarom wordt de zaak aangehouden om de moeder de gelegenheid te geven een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling in te dienen. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot onverkorte nakoming af en houdt de zaak aan om de moeder de mogelijkheid te geven een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling in te dienen.