ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5833
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatiebijdrage na echtscheiding met betwisting draagkracht man
Partijen zijn na hun echtscheiding verdeeld over de hoogte van de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen. De vrouw stelt een behoefte van €2.666 netto per maand, terwijl de man dit betwist en een lagere behoefte van €2.100 netto aanvoert. Het hof bepaalt de behoefte op het gemiddelde van deze bedragen, namelijk €2.383 netto per maand.
De man voert aan dat zijn draagkracht onvoldoende is vanwege beperkte arbeidsvergoedingen uit vier vennootschappen en gezondheidsproblemen. De vrouw betwist de volledigheid en juistheid van de financiële stukken van de man en stelt dat hij niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Het hof constateert dat de financiële stukken onvolledig en onduidelijk zijn, mede doordat belangrijke stukken ontbreken en het boekenonderzoek van de Belastingdienst geen helderheid verschaft.
Gezien de leeftijd en gezondheidsproblemen van de vrouw acht het hof haar niet in staat om zelf inkomen te verwerven. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet kan bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. Daarom wordt de eerder vastgestelde alimentatiebijdrage van €3.890 bruto (€2.383 netto) per maand vastgesteld met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
Het hof compenseert de proceskosten in hoger beroep en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet vanaf 20 april 2010 een netto bijdrage van €2.383 per maand betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.