ECLI:NL:GHARN:2011:BQ5865
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A.W. Lensing
- B.P.J.A.M. van der Pol
- B.W.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen telen hennep met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van het telen van hennepplanten op twee locaties, te Borne en Denekamp, met respectievelijk circa 300 en 580 planten. Het hof oordeelde dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met een medeverdachte en een wezenlijke organisatorische en financiële rol vervulde bij de kwekerijen.
De verdediging voerde aan dat sprake was van medeplichtigheid in plaats van medeplegen, maar het hof verwierp dit en stelde vast dat de handelingen van verdachte verder gingen dan slechts behulpzaam zijn. Verdachte werd strafbaar verklaard voor het medeplegen van het telen van hennep, in strijd met de Opiumwet.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke gevolgen van drugsgebruik, de recidive van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het verlies van zijn baan als wiskundeleraar en het niet kunnen verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op en een taakstraf van 180 uur, waarbij de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd tenzij binnen twee jaar een nieuw strafbaar feit wordt gepleegd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van 180 uur wegens medeplegen van hennepteelt.