ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6171
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige ondanks betwisting moeder
In deze zaak ging het om het hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind voor de duur van een jaar had verleend. De moeder stelde dat telefonisch een machtiging voor zes maanden was toegezegd en dat sprake was van een kennelijke fout in de beschikking. Het hof oordeelde dat de moeder geen herstel of correctie van de beschikking had gevraagd en daarom uitging van de machtiging voor een jaar.
Het hof nam de feiten en omstandigheden rondom het kind en de opvoedingssituatie uitgebreid in beschouwing. Het kind vertoonde ontwikkelingsachterstanden en zorgelijk gedrag, en was opgenomen geweest in het ziekenhuis met vermoedens van kindermishandeling. De moeder had een verstandelijke beperking, psychische problemen en onvoldoende draagkracht om het kind de noodzakelijke zorg en stimulering te bieden. De veiligheid van het kind bij de moeder was niet gewaarborgd.
Hoewel de moeder openstond voor hulpverlening, was zij onvoldoende in staat een duurzaam veranderingsproces te realiseren. Het hof vond dat de draaglast van de problematiek van het kind groter was dan de draagkracht van de moeder. Ook al was de vorige machtiging verlopen en was er een periode zonder geldige machtiging geweest, rechtvaardigde dit niet dat het kind weer thuis geplaatst kon worden.
Het hof concludeerde dat het belang van het kind bij verzorging en opvoeding een voortzetting van de uithuisplaatsing vereiste en dat er geen gronden waren om de machtiging te beperken tot zes maanden. De beschikking van de rechtbank werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van het kind voor de duur van een jaar.