ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6277
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake behandeling met infliximab bij ziekte van Crohn
Patiënte vorderde in kort geding dat zij in het ziekenhuis behandeld zou worden met het medicijn infliximab zolang dit medisch geïndiceerd is. De stichting, die het ziekenhuis vertegenwoordigt, wilde overstappen op adalimumab vanwege medische en financiële overwegingen. De voorzieningenrechter wees de vordering toe, maar de stichting ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de vordering van patiënte van onbepaalde waarde is, waardoor hoger beroep mogelijk is. Het hof stelde dat de professionele autonomie van artsen gerespecteerd moet worden en dat de civiele rechter terughoudend is bij het afdwingen van specifieke medische behandelingen. Patiënte had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de weigering van de behandeling met infliximab in strijd was met de medisch-professionele standaard.
De stichting had voldoende gemotiveerd dat de overstap naar adalimumab medisch verantwoord was, mede vanwege het ontbreken van peer reviewed publicaties die het tegendeel bewezen. Patiënte kon de behandelingsovereenkomst met het ziekenhuis beëindigen en elders de behandeling met infliximab voortzetten. De belangenafweging leidde niet tot een noodzaak om patiënte nog eenmaal met infliximab te behandelen. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vordering af, waarbij patiënte werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van patiënte af en vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter.