ECLI:NL:GHARN:2011:BQ6614

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
31 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002103-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 321 SrArt. 422 SvArt. 27 SrArt. 27a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verduistering mobiele telefoon na verkoop

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens verduistering van een mobiele telefoon. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig bewezen dat verdachte op 26 december 2008 in de gemeente waar de telefoon werd gevonden, deze wederrechtelijk zich had toegeëigend en verkocht.

Verdachte verklaarde de telefoon te hebben gevonden, maar het hof oordeelde dat dit geen rechtvaardiging was voor het zich toe-eigenen ervan. Daarnaast werd rekening gehouden met eerdere veroordelingen van verdachte en het feit dat hij ondanks reclasseringsadvies soortgelijke feiten bleef plegen. Verdachte verscheen niet op de terechtzitting van het hof.

Het hof legde een gevangenisstraf van twee weken op, met aftrek van voorarrest. Deze straf werd passend geacht gezien de aard en ernst van het feit, de eerdere strafrechtelijke geschiedenis van verdachte en de omstandigheden van het geval.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf wegens verduistering van een mobiele telefoon.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
nevenzittingsplaats Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002103-09
Uitspraak d.d.: 31 mei 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 augustus 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1984],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 17 september 2010 en 17 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. J.G. Wiebes, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in de periode van 22 december 2008 tot en met 26 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in Nederland opzettelijk een (mobiele) telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten houder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 26 december 2008 in de gemeente [gemeente 2] opzettelijk een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
het bewezenverklaarde levert op:
verduistering.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering. Hij heeft op 26 december 2008 een mobiele telefoon, waarover verdachte heeft verklaard dat hij deze heeft gevonden, verkocht. Naast financiële schade heeft dit ongemak veroorzaakt bij de eigenaar van de telefoon. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van een ander.
Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Deze eerdere veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden opnieuw een (soortgelijk) strafbaar feit te begaan.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een verdachte betreffend reclasseringsadvies d.d. 2 december 2010 van Reclassering Nederland. Gelet op de inhoud van dat advies, de omstandigheid dat verdachte ook na de totstandkoming daarvan nieuwe soortgelijke strafbare feiten pleegde, en de omstandigheid dat verdachte in weerwil van de stellige toezegging van zijn raadsman niet ter terechtzitting van het hof is verschenen, acht het hof niet aannemelijk geworden dat verdachte er serieus mee bezig is om zijn leven te beteren.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en noodzakelijke bestraffing is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en de verklaart verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.
Bepaalt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, en/of artikel 27a Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. J. Dolfing en mr. T.H. Bosma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,
en op 31 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.