ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7272
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van valse aangifte en poging oplichting
Verdachte werd beschuldigd van het doen van een valse aangifte van woninginbraak en poging tot oplichting door het indienen van een frauduleuze schadeclaim bij een verzekeringsmaatschappij. De aangifte zou vals zijn omdat de inbraak niet had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat het schadeonderzoek, uitgevoerd door een verzekeringsschade-expert, onvoldoende objectief was en dat er geen aanvullend politieonderzoek had plaatsgevonden. Het rapport bevatte voornamelijk verdachte bijkomstige omstandigheden zonder direct bewijs van schuld.
Hoewel het rapport stelde dat geforceerde toegang tot de woning onmogelijk was, kon niet worden uitgesloten dat de woning via een openstaand raam was betreden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat er geen inbraak had plaatsgevonden.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en de ontkenning door verdachte, sprak het hof verdachte vrij van beide ten laste gelegde feiten. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld met deze vrijspraak als uitkomst.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van valse aangifte en poging oplichting.