ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7529
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- G.P.M. van den Dungen
- M.F.J.N. van Osch
- A. Brack
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis nietigheid non-concurrentiebeding bij verlenging arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond de geldigheid van een non-concurrentiebeding centraal dat was opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, welke later werd verlengd en omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. De werknemer stelde dat het beding zijn geldigheid had verloren omdat bij de verlenging en omzetting niet aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:653 lid 1 BW Pro was voldaan. De werkgever betoogde dat door verwijzing in de verlengings- en omzettingsbrieven naar de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst het beding bleef gelden.
De kantonrechter oordeelde dat de verlenging en omzetting nieuwe arbeidsovereenkomsten vormden en dat het schriftelijkheidsvereiste niet was nageleefd, omdat de verwijzing in de brieven onvoldoende was. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het beding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen. Daarbij verwees het hof naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd benadrukt dat de werknemer expliciet moet instemmen met het concurrentiebeding in schriftelijke vorm.
Het hof concludeerde dat het beding niet rechtsgeldig was en dat het onvoldoende aannemelijk was dat de werknemer aan het beding gehouden kon worden. De grieven van de werkgever faalden, het vonnis werd bekrachtigd en de werkgever werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het non-concurrentiebeding niet rechtsgeldig is wegens niet-naleving van het schriftelijkheidsvereiste.