ECLI:NL:GHARN:2011:BQ7763
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting en administratieplicht afvalmetaalhandel
Belanghebbende en haar echtgenoot drijven een vof in de handel van gebruikte en afvalmetalen. De Inspecteur stelde navorderingsaanslagen op wegens onvolledige en ondeugdelijke administratie van inkopen, waarbij niet alle vereiste NAW-gegevens werden bijgehouden en inkoopbonnen ontbraken. Een boekenonderzoek in 2004 en een vervolgonderzoek in 2007 toonden aan dat de administratie niet voldeed aan de vergunningseisen en wettelijke bewaarplichten.
De Rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, maar het Hof oordeelt anders. Het Hof stelt vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de betwiste inkopen daadwerkelijk zijn gedaan, mede doordat kladnotities werden weggegooid en er geen voorraadadministratie is. Ook de omvang van de inkopen, die deels onwaarschijnlijk groot is voor particulieren, ondersteunt dit oordeel.
Belanghebbende voerde een beroep op het vertrouwensbeginsel, stellende dat afspraken met de Inspecteur over administratieve vereenvoudiging gelden, maar het Hof wijst dit af omdat die afspraken alleen voor de omzetbelasting en vergunning gelden, niet voor de inkomstenbelasting. Het Hof vernietigt het vonnis van de Rechtbank behalve voor de boete en proceskosten en verklaart het beroep ongegrond, bevestigend de navorderingsaanslag en heffingsrente.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.