ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8156
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Feunekes
- M.P. den Hollander
- J. Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen tegen vervangende toestemming erkenning minderjarige wegens belangenafweging
In deze zaak ging het om het verzoek van de vader om vervangende toestemming te verkrijgen voor de erkenning van zijn minderjarige dochter, geboren uit een beëindigde relatie met de moeder. De rechtbank had eerder toestemming verleend, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep. Zij stelde dat de erkenning haar diepgewortelde angst bagatelliseerde en een grote inmenging in haar gezinsleven betekende, mede vanwege de strafrechtelijke veroordeling van de vader.
Het hof voerde een belangenafweging uit tussen het belang van de vader om een familierechtelijke band te verkrijgen en het belang van de moeder en het kind bij een ongestoorde verhouding. De moeder stelde dat er sprake was van mishandeling en drugsgebruik door de vader en dat de vader het kind psychisch zou belasten. De bijzondere curator sprak ook haar zorgen uit over het welzijn van het kind, dat angst toonde voor de vader en niet de achternaam van de vader wilde dragen.
Het hof achtte de angst van de moeder en de onrust bij het kind aannemelijk en concludeerde dat erkenning schadelijk zou zijn voor de stabiele gezinssituatie van het kind. Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en wees het het verzoek van de vader af. De beslissing werd genomen tijdens een openbare zitting op 7 juni 2011.
Uitkomst: Het gerechtshof wees het verzoek van de vader om vervangende toestemming tot erkenning van zijn dochter af vanwege het belang van het kind en de moeder bij een ongestoorde verhouding.