ECLI:NL:GHARN:2011:BQ8668

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
21 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-004091-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing over nader forensisch onderzoek naar haren in hoger beroep Puttense zaak

In het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen heeft het hof op 21 juni 2011 een tussenarrest gewezen naar aanleiding van verzoeken van de raadsman van de verdachte. Een belangrijk verzoek betrof nader onderzoek naar de haren die als SVO 205 zijn veiliggesteld op het slachtoffer. De raadsman stelde dat er onduidelijkheid bestond over de vindplaats van deze haren, aangezien deze in het dossier op verschillende manieren werden omschreven.

De advocaat-generaal achtte nader onderzoek niet noodzakelijk en adviseerde afwijzing van alle verzoeken. Het hof besloot echter het NFI opdracht te geven om schriftelijk te rapporteren over de vindplaats en herkomst van de haren, met name of deze afkomstig zijn van de hand of de mouw van het slachtoffer, dan wel van beide. Tevens moet worden onderzocht of de haren van het slachtoffer en/of de verdachte kunnen zijn.

Het onderzoek wordt geschorst tot de terechtzitting van 22 juli 2011. Het hof beveelt de oproeping van de verdachte tegen die datum met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman. Dit tussenarrest is een onderdeel van het lopende hoger beroep in de Puttense zaak.

Uitkomst: Het hof gelast nader onderzoek door het NFI naar haren SVO 205 en schorst de procedure tot de volgende terechtzitting.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-004091-09
Uitspraak d.d.: 21 juni 2011
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 9 oktober 2009 in de strafzaak tegen
[Verdachte]
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 5 februari 2010, 2 juni 2010, 11 november 2010, 18 november 2010, 25 november 2010, 26 november 2010, 25 januari 2011, 7 februari 2011, 1 april 2011 en 24 mei 2011 en het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennis genomen van hetgeen door de advocaat-generaal en de verdachte en zijn raadsman mr. R.D.A. van Boom, naar voren is gebracht.
De raadsman heeft op de terechtzitting van 24 mei 2011 een groot aantal verzoeken gedaan. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van alle verzoeken.
Onderzoek naar SVO 205
Een van de verzoeken van de raadsman houdt in nader onderzoek naar de op het slachtoffer aangetroffen haren die zijn veiliggesteld als SVO 205. De raadsman heeft daartoe – kort gezegd – aangevoerd dat er onduidelijkheid bestaat over de vindplaats van de haren nu deze haren in het dossier op verschillende manieren worden omschreven, beschreven of benoemd. De raadsman heeft in dit kader een aantal vragen geformuleerd.
De advocaat-generaal heeft aangegeven ten aanzien van alle gedane verzoeken waaronder dus ook dit verzoek, nader onderzoek niet noodzakelijk te achten.
Het hof oordeelt hierover als volgt.
In het dossier zijn verschillende aanduidingen gebruikt voor de haren die als SVO 205 zijn aangemerkt (‘haren vanaf de rechtermouw’ en ‘plukje uit de hand slachtoffer’) en die zijn onderzocht.
Het hof acht het vanwege deze onduidelijkheid noodzakelijk dat door het NFI wordt onderzocht of kan worden vastgesteld of deze haren zijn aangetroffen in de hand van het slachtoffer, op de mouw van het slachtoffer, of zowel in de hand als op de mouw van het slachtoffer.
In het rapport van 25 mei 1994 is door het Gerechtelijk Laboratorium geconcludeerd dat ‘de hoofdhaardelen ad 205 afkomstig uit de hand passen in het hoofdhaarpalet van het slachtoffer’.
Het hof acht het noodzakelijk dat het NFI onderzoekt of de haren ad SVO 205 afkomstig (kunnen) zijn van het slachtoffer en/of van de verdachte.
Voor het overige wordt het verzoek van de raadsman over SVO 205 afgewezen.
Het hof gelast de advocaat-generaal om het NFI bovenomschreven opdracht te geven en het NFI te verzoeken hieromtrent (ruim) vóór de terechtzitting van 12 oktober 2011 schriftelijk te rapporteren.
Overige verzoeken
Het hof zal op de overige verzoeken, gelet op de hoeveelheid, beslissen bij tussenarrest van 22 juli 2011.
BESLISSING
Het hof:
Gelast de advocaat-generaal om het NFI bovenomschreven opdracht te geven en het NFI te verzoeken hieromtrent (ruim) vóór de terechtzitting van 12 oktober 2011 schriftelijk te rapporteren.
Bepaalt dat het onderzoek wordt geschorst tot de terechtzitting van 22 juli 2011 te
14.10 uur.
Eerdere behandeling laat de rol van het hof niet toe, om welke klemmende reden het onderzoek in deze zaak langer dan één maand doch korter dan drie maanden na heden wordt geschorst.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het hiervoor genoemde tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de verdachte.
Aldus gewezen door
mr H. Abbink, voorzitter,
mr M. Barels en mr R.W. van Zuijlen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr W.B. Kok, griffier,
en op 21 juni 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.