ECLI:NL:GHARN:2011:BR0294
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Moeder niet-ontvankelijk in verzoek tegen uithuisplaatsing minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kind onder toezicht stelde en machtigde tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening. De moeder verzocht primair vernietiging van deze maatregelen en subsidiair het treffen van een zorgregeling.
Het hof oordeelt dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek om de feitelijke uithuisplaatsing onrechtmatig te verklaren, omdat dit verzoek niet voor het eerst in hoger beroep kan worden gedaan en het AMK geen partij is in het geding. Daarnaast is een dagvaardingsprocedure vereist voor een dergelijke vordering.
De onderzoeksbevindingen van de Raad voor de Kinderbescherming worden als zorgvuldig en objectief beoordeeld. Het hof constateert een complexe en problematische opvoedingssituatie met emotionele verwaarlozing, gedragsproblemen bij het kind en onvoldoende pedagogische vaardigheden van de ouders. De moeder toont weinig emotionele betrokkenheid en erkent de problematiek niet.
Het hof wijst het verzoek tot het vaststellen van een zorgregeling af omdat dit in strijd is met het belang van het kind. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de moeder wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoeken. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken en de beschikking tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is bekrachtigd.