ECLI:NL:GHARN:2011:BR0586
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.G. Idsardi
- M.P. den Hollander
- K.R. Kuiken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid tot oplegging dwangsom bij niet-naleving omgangsregeling
Uit de beëindigde relatie tussen partijen zijn twee minderjarige kinderen geboren, die gezamenlijk door beide ouders worden verzorgd met hoofdverblijf bij de moeder. In 2005 stelde de rechtbank een omgangsregeling vast waarbij de kinderen om de veertien dagen en tijdens vakanties bij de vader verblijven.
De vader verzocht de rechtbank om een dwangsom op te leggen aan de moeder voor elke overtreding van deze omgangsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep betoogde de vader dat ook in een verzoekschriftprocedure een dwangsom kan worden opgelegd. Het hof bevestigde deze bevoegdheid op grond van artikel 611a lid 1 Rv en besloot het verzoek inhoudelijk te beoordelen.
Hoewel de moeder erkende dat er periodes waren waarin de omgang niet werd nageleefd, stelde het hof vast dat de omgang sinds februari 2011 weer volgens de regeling plaatsvindt. Het hof vond echter dat een dwangsom noodzakelijk is om toekomstige naleving te waarborgen, mede omdat de moeder van mening was dat de kinderen zelf mogen bepalen of zij naar de vader gaan. Het hof legde een dwangsom van €100 per overtreding op, met een maximum van €8.000, en vernietigde het eerdere vonnis voor zover het verzoek tot dwangsom was afgewezen.
Uitkomst: Het hof legt een dwangsom van €100 per overtreding op aan de moeder voor niet-naleving van de omgangsregeling, met een maximum van €8.000.