ECLI:NL:GHARN:2011:BR1682
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging convenant alimentatie na beëindiging geregistreerd partnerschap
Partijen waren gehuwd en zetten hun huwelijk om in een geregistreerd partnerschap dat op 10 februari 2004 werd beëindigd. Op 9 februari 2004 maakten zij een convenant waarin afspraken over kinderalimentatie en partneralimentatie waren vastgelegd. De man stelde dat tijdens een gesprek op 2 februari 2006 het convenant was gewijzigd, waarna hij vanaf die datum hogere alimentatiebetalingen verrichtte. De vrouw betwistte dit en stelde dat het convenant ongewijzigd bleef en dat de man in gebreke bleef met kinderalimentatie.
De rechtbank had op 22 juli 2010 de alimentatieafspraken gewijzigd conform het aanvullende echtscheidingsconvenant. Beide partijen gingen in hoger beroep met tegenstrijdige vorderingen over de alimentatieverplichtingen en de draagkracht van de man.
Het hof oordeelde dat op grond van de betaling en correspondentie het bestaan van een wijziging van het convenant per 1 februari 2006 voorshands aannemelijk is. De vrouw wordt in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren door middel van stukken of getuigen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: Het hof acht voorshands aannemelijk dat het convenant is gewijzigd en staat de vrouw toe tegenbewijs te leveren, waarna verdere beslissing volgt.