ECLI:NL:GHARN:2011:BR2618
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of woning buiten gemeenschap van goederen valt in faillissementsboedel
In deze civiele zaak stond centraal of een woning, gekocht door de echtgenote van een gefailleerde en buiten gemeenschap van goederen gehuwd, in de faillissementsboedel valt. De curator vorderde dat de woning tot de boedel werd gerekend en dat de echtgenote medewerking zou verlenen aan de levering aan de failliete boedel. De rechtbank had de vorderingen van de curator toegewezen.
De echtgenote voerde hoger beroep en stelde dat de woning volledig haar eigendom was en met eigen middelen was gefinancierd, waardoor zij deze niet hoefde af te staan. Het hof oordeelde dat de woning niet uitsluitend met privémiddelen was gefinancierd, mede omdat de hypothecaire lening op naam van beiden stond en de curator aannemelijk had gemaakt dat de gefailleerde ook heeft bijgedragen aan de hypotheeklasten.
Het hof verwierp het beroep op artikel 61 lid 4 Faillissementswet Pro door de echtgenote, bevestigde dat de woning in de faillissementsboedel valt, maar vernietigde het deel van het vonnis dat haar verplichtte mee te werken aan de eigendomsoverdracht aan de gefailleerde zelf. De curator blijft bevoegd de woning te verkopen. De vorderingen van de echtgenote tot verificatie van een vordering en opschortingsrecht werden afgewezen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de woning in de faillissementsboedel valt, maar vernietigt de veroordeling tot medewerking aan eigendomsoverdracht aan de gefailleerde.