ECLI:NL:GHARN:2011:BR3601
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- H.C. Frankena
- M.F.J.N. van Osch
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Toelating tot bedongen functie montageleider en doorbetaling loon na arbeidsongeschiktheid
In deze zaak vordert appellant in kort geding hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter dat zijn vordering tot toelating tot de bedongen functie van montageleider en doorbetaling van loon afwees. Appellant werkte tot 28 maart 2011 op een project en meldde zich daarna ziek. Geïntimeerde staakte de loonbetaling per 1 april 2011. De bedrijfsarts stelde vast dat appellant hersteld gemeld kon worden, maar het UWV oordeelde dat appellant op 28 maart 2011 arbeidsongeschikt was.
Het hof stelt vast dat appellant ondanks toezeggingen niet is toegelaten tot zijn functie als montageleider, omdat hij niet de kenmerkende werkzaamheden verrichtte en geen verantwoording aflegde zoals gebruikelijk. Het hof oordeelt dat appellant belang heeft bij toewijzing van zijn vordering tot toelating tot de functie zodra hij hersteld is.
Daarnaast acht het hof de loonvordering toewijsbaar op grond van het UWV-deskundigenoordeel en artikel 7:629 BW Pro. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 15% gezien de omstandigheden. Het arrest vernietigt het eerdere vonnis, beveelt toelating tot de functie binnen drie dagen na herstel, legt een dwangsom op en veroordeelt geïntimeerde tot doorbetaling van loon met rente en beperkte verhoging. Tevens wordt geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot toelating van appellant tot zijn functie montageleider na herstel en tot doorbetaling van loon met rente en beperkte verhoging.