ECLI:NL:GHARN:2011:BR3966
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vrijwaringsvordering wegens onverschuldigde betaling na frauduleuze bankafschrijvingen
In deze civiele procedure stond een vrijwaringsvordering centraal tussen appellant en geïntimeerde. Begin april 2006 werden met valse handtekeningen vier bedragen van in totaal €21.000,- van een Duitse bankrekening afgeschreven en op de rekening van geïntimeerde gestort. Geïntimeerde betaalde vervolgens €19.000,- door aan appellant.
De rechtbank had de vordering van Deutsche Postbank grotendeels toegewezen en in de vrijwaringszaak de vordering van geïntimeerde grotendeels toegewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat de tape-opname als bewijs niet betrouwbaar was, dat zij de tape wilde beluisteren om de vertaling te controleren, en dat onvoldoende bleek dat zij het geld had ontvangen.
Het hof oordeelde dat de betrouwbaarheid van de tape niet doorslaggevend afhing van originaliteit, maar van de inhoud en volledigheid van het gesprek, welke niet was betwist. Appellant had de tape reeds kunnen beluisteren en had de deskundige niet bestreden. Uit de vertaalde passages bleek voldoende dat appellant het geld had ontvangen. Haar betwisting was onvoldoende gemotiveerd.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Daarmee werd de vrijwaringsvordering toegewezen op grond van onverschuldigde betaling.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis en wijst de vrijwaringsvordering toe wegens onverschuldigde betaling.