ECLI:NL:GHARN:2011:BR4270
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens niet-betaling minimumloon en beoordeling ontslag op staande voet
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer tegen zijn werkgever, waarbij de werknemer stelt dat hij niet het wettelijk minimumloon heeft ontvangen gedurende de periode van 2002 tot zijn ontslag op staande voet in november 2006.
De arbeidsovereenkomst vermeldde een volledige werkweek van 40 uur, maar de werknemer ontving een lager loon dan het minimumloon. Het hof oordeelt dat de werkgever het volledige minimumloon verschuldigd was, omdat er geen afwijkende afspraken over arbeidsduur waren. De loonvordering wordt daarom toegewezen tot aan de datum van het ontslag op staande voet.
Het ontslag op staande voet wordt betwist door de werknemer, die ontkent zich beledigend of bedreigend te hebben uitgelaten. Het hof bepaalt dat de werkgever het bewijs moet leveren van de dringende reden voor het ontslag. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter voor zover het de loonvordering betreft en verklaart de loonvordering uitvoerbaar bij voorraad.
De wettelijke verhoging wordt gematigd toegekend op 25%, rekening houdend met het gedrag van partijen. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen wegens verzuim van de werkgever zonder ingebrekestelling. Het verdere verloop van de procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en beoordeling van het ontslag op staande voet.
Uitkomst: De loonvordering wordt toegewezen tot 9 november 2006 met wettelijke verhoging en rente; bewijslevering voor ontslag op staande voet wordt aan werkgever opgedragen.