ECLI:NL:GHARN:2011:BR5508

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
22 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002911-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Zwerwer
  • Sekeris
  • Meijer-Campfens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor schriftelijke bedreiging met de dood onder voorwaarde

Het gerechtshof Arnhem heeft bij arrest van 22 augustus 2011 het vonnis van de politierechter in Zwolle-Lelystad vernietigd en in hoger beroep opnieuw recht gedaan. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in juni 2009 een bewindvoerder van een stichting schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde met de dood had bedreigd. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dreigende brieven had gestuurd met de woorden "u gaat wel dood met u stichting" en "onder toezicht van de politie schiet ik u en de rest van de stichting dood als u niet doet wat ik zeg".

Het hof oordeelde dat verdachte strafbaar was en wees geen omstandigheden aan die strafuitsluiting konden rechtvaardigen. Gelet op de ernst van de bedreiging en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een eerdere veroordeling in 2001 voor een soortgelijke bedreiging, legde het hof een werkstraf op van 30 uur, waarvan 15 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Deze straf was passend en in overeenstemming met de aard van het bewezenverklaarde.

Het hof sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. De werkstraf kan bij niet-nakoming worden vervangen door hechtenis. Het vonnis werd in verstek gewezen na onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2011 en is op 22 augustus 2011 uitgesproken.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur, waarvan 15 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar wegens schriftelijke bedreiging met de dood onder een bepaalde voorwaarde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
NEVENZITTINGPLAATS LEEUWARDEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002911-10
Uitspraak d.d.: 22 augustus 2011
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 november 2010 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1960],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, waarvan 15 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 13 juni 2009 tot en met 26 juni 2009 in de gemeente [gemeente] een persoon, genaamd [slachtoffer], bewindvoerder bij de stichting [stichting], schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met de dood, immers heeft hij opzettelijk dreigend per brie(f)(ven) de woorden toegevoegd "u gaat wel dood met u stichting" en/of de woorden: "onder toezicht van de politie schiet ik u en de rest van de stichting [stichting] dood als u niet doet wat ik zeg", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 13 juni 2009 tot en met 26 juni 2009 in de gemeente [gemeente] een persoon, genaamd [slachtoffer], bewindvoerder bij de stichting [stichting], schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met de dood, immers heeft hij opzettelijk dreigend per brieven de woorden toegevoegd "u gaat wel dood met u stichting" en de woorden: "onder toezicht van de politie schiet ik u en de rest van de stichting [stichting] dood als u niet doet wat ik zeg".
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft in de periode van 13 juni 2009 tot en met 26 juni 2009 [slachtoffer], toenmalig bewindvoerder van verdachte bij de Stichting [stichting], welke Stichting de zakelijke belangen van verdachte behartigde, schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde bedreigd met de dood. Dit feit dient te worden aangemerkt als een ernstige bedreiging van de lichamelijke integriteit van die bewindvoerder.
Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 31 mei 2011 blijkt dat verdachte eenmaal eerder (in 2001) ter zake van het plegen van een soortgelijke bedreiging is veroordeeld. Voorts blijkt uit dat uittreksel dat verdachte na het plegen van het hiervoor bewezen verklaarde feit niet wederom met justitie en politie in aanraking is gekomen.
Op grond van het vorenstaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de oplegging van de door de advocaat-generaal gevorderd deels voorwaardelijke werkstraf, welke eveneens door de politierechter was opgelegd, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 15 (vijftien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door
mr. Zwerwer, senior raadsheer, voorzitter,
mr. Sekeris en mr. Meijer-Campfens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van Boersma, griffier,
en op 22 augustus 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.