ECLI:NL:GHARN:2011:BR5596
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige onttrekking van auto aan vennootschappelijk vermogen voorafgaand aan faillissement
In deze civiele zaak staat de onttrekking van een auto aan het vermogen van een vennootschap centraal, voorafgaand aan het faillissement van die vennootschap. Appellante stelde dat de auto rechtmatig aan haar was geleverd op basis van een overeenkomst en aandelenoverdracht, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen met bewijs. Getuigenverklaringen wezen uit dat de auto onderdeel was van afspraken rondom de aandelenoverdracht, waarbij rekening-courantverhoudingen werden genivelleerd, maar dat er geen duidelijke eigendomsoverdracht aan appellante of haar partner had plaatsgevonden.
Het hof concludeerde dat appellante niet geslaagd was in het leveren van tegenbewijs tegen het voorshands bewezen feit dat de auto zonder recht of titel aan het vermogen van de vennootschap was onttrokken. Bovendien was er geen boekhoudkundig bewijs van levering aan appellante of haar partner. De curator had de executiewaarde van de auto onderbouwd met een taxatierapport, waartegen appellante onvoldoende verweer voerde.
Het hof stelde de executiewaarde van de auto vast op 70% van de showroomprijs, wat neerkomt op circa €16.500,-. De vorderingen van de curator werden in zoverre toegewezen, terwijl overige vorderingen wegens gebrek aan specificatie werden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellante heeft de auto zonder rechtmatige titel onttrokken en is veroordeeld tot betaling van de executiewaarde van de auto.