ECLI:NL:GHARN:2011:BR5915
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- I.A. Katz-Soeterboek
- H. Wammes
- G.P.M. van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst en proceskostenverdeling bij schadevergoeding minderjarige
In deze civiele zaak stond een schadevordering van appellant tegen twee geïntimeerden centraal, waarvan één minderjarige. De zaak betrof vernieling van een auto, waarbij de minderjarige geïntimeerde sub 2 strafrechtelijk was veroordeeld. Appellant vorderde een schadevergoeding van €2.427,-. De kantonrechter verklaarde appellant niet-ontvankelijk jegens de minderjarige geïntimeerde sub 1 en wees de vordering tegen geïntimeerde sub 2 af.
Appellant ging in hoger beroep en voerde meerdere grieven aan, onder meer tegen de ontvankelijkheid en de afwijzing van zijn vorderingen. Het hof oordeelde dat appellant jegens de minderjarige geïntimeerde sub 1 niet ontvankelijk was omdat deze niet door zijn wettelijk vertegenwoordiger was gedagvaard. De grieven tegen dit oordeel faalden, waardoor het vonnis tegen geïntimeerde sub 1 werd bekrachtigd.
Ten aanzien van geïntimeerde sub 2 stelde appellant dat een vaststellingsovereenkomst was gesloten en nagekomen, waardoor hij niets meer te vorderen had. Het hof oordeelde dat de vordering tegen geïntimeerde sub 2 terecht was afgewezen, maar vernietigde het vonnis voor zover appellant was veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep tussen appellant en geïntimeerde sub 2 werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van geïntimeerde sub 1, maar stelde deze kosten op nihil vast. Het arrest werd uitgesproken op 2 augustus 2011 door het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tegen geïntimeerde sub 1 en compenseert de proceskosten tussen appellant en geïntimeerde sub 2.