ECLI:NL:GHARN:2011:BR6166
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- W.M. van Schuijlenburg
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke bijstandsfraude door niet melden samenwoning en inkomsten
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk niet melden van samenwoning met een partner en het niet tijdig doorgeven van inkomsten uit werkzaamheden en bij de hockeyclub aan de dienst sociale zaken, in strijd met de inlichtingenverplichting van artikel 17 WWB Pro.
Het hof stelde vast dat verdachte en haar partner vanaf juni 2007 samenwoonden in twee verschillende plaatsen, met financiële verwevenheid en wederzijdse verzorging. Ondanks betwisting door de verdediging oordeelde het hof dat sprake was van een gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB.
Verdachte was zich bewust van haar meldplicht, maar heeft dit opzettelijk nagelaten. Dit leidde tot bevoordeling van zichzelf door het verkrijgen van een uitkering waarop zij mogelijk geen recht had of die te hoog was. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde een werkstraf van 90 uur op, subsidiair 45 dagen hechtenis.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 90 uur, subsidiair 45 dagen hechtenis wegens opzettelijke bijstandsfraude.