ECLI:NL:GHARN:2011:BS8663
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- M.E.L. Fikkers
- R.A. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag met beperkte vergoeding voor begeleiding naar nieuw werk
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de kantonrechter Zwolle-Lelystad waarin het ontslag van appellant wegens bedrijfseconomische redenen werd beoordeeld als kennelijk onredelijk. Appellant vorderde een hogere schadevergoeding dan de door de kantonrechter toegekende €7.500, welke vergoeding was gebaseerd op het ontbreken van begeleiding bij het vinden van een nieuwe baan.
Het hof bevestigde dat het ontslag bedrijfseconomisch was gerechtvaardigd, maar oordeelde dat het ontbreken van enige vorm van begeleiding of vergoeding daarvoor het ontslag kennelijk onredelijk maakte. De kantonrechtersformule kon niet worden toegepast voor de schadebegroting, en appellant had onvoldoende onderbouwd waarom een hogere vergoeding gerechtvaardigd was.
Ook het betoog van appellant dat het bedrijf in eerdere jaren dividend had uitgekeerd en daardoor geld had moeten reserveren voor ontslagvergoedingen werd verworpen. Het hof achtte de financiële situatie van de werkgever onvoldoende om een hogere vergoeding toe te kennen.
De vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis en kent een schadevergoeding van €7.500 toe wegens kennelijk onredelijk ontslag zonder begeleiding.