ECLI:NL:GHARN:2011:BT2172
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor nakoming huurovereenkomst bevestigd
In deze civiele zaak stond de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder [A] naast de vennootschap [bedrijf A] voor de nakoming van verplichtingen uit een huurovereenkomst centraal. De huurovereenkomst betrof bedrijfsruimten en was schriftelijk vastgelegd, maar niet ondertekend. In eerste aanleg werden zowel [bedrijf A] als [A] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en kosten.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte ambtshalve het gezag van gewijsde had toegepast, waardoor de hoofdelijke aansprakelijkheid van [A] bindende kracht zou hebben gekregen. Het hof oordeelde dat een beroep op gezag van gewijsde niet ambtshalve mag worden toegepast en dat het eerdere vonnis onvoldoende duidelijk was ingeroepen in eerste aanleg.
Desondanks concludeerde het hof dat de grief van appellanten niet tot vernietiging van het vonnis kon leiden. Helhoek had in hoger beroep expliciet een beroep gedaan op het gezag van gewijsde. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep en het incident.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de bestuurder naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is voor de nakoming van de huurovereenkomst.