ECLI:NL:GHARN:2011:BT2461
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en afwikkeling van leenovereenkomsten onder noodregeling Wet toezicht krediewezen
In deze civiele zaak stond centraal of de leenovereenkomsten tussen [C] en A/b Financiën B.V. rechtsgeldig waren opgezegd door de bewindvoerder die namens A/b Financiën handelde onder de noodregeling van de Wet toezicht kredietwezen 1992. Het hof oordeelde dat de brief van de bewindvoerder van 6 juli 2005 als opzegging met een opzegtermijn van drie maanden moest worden gezien, waarbij de bewindvoerder exclusief bevoegd was deze rechtshandeling te verrichten.
Vervolgens werd vastgesteld dat [C] de afwikkeling van de leenovereenkomsten heeft geaccepteerd door betaling van het door de bewindvoerder berekende bedrag, waarmee de overeenkomsten beëindigd en afgelost waren. Het hof oordeelde dat A/b Financiën ondanks de beëindiging van de noodregeling alsnog rente verschuldigd was over leenovereenkomst I, en kende een vordering van € 25.313,55 toe.
De overige vorderingen van [C], waaronder een beroep op tekortkoming in nakoming en zorgplicht, werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook werd geoordeeld dat de wettelijke rente vanaf dagvaarding verschuldigd is, omdat geen geldige ingebrekestelling was ontvangen. De proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: A/b Financiën is veroordeeld tot betaling van € 25.313,55 rente aan [C], overige vorderingen zijn afgewezen.