ECLI:NL:GHARN:2011:BT2928
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot erkenning van het kind na DNA-onderzoek bevestigd
In deze zaak stond centraal of de man als biologische vader van het minderjarige kind erkend kon worden, nadat DNA-onderzoek dit met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid had vastgesteld.
De vrouw maakte bezwaar tegen erkenning vanwege onrust- en angstgevoelens jegens de man, die mogelijk nadelige gevolgen voor het kind zouden kunnen hebben. Het hof oordeelde echter dat deze argumenten onvoldoende waren om erkenning te weigeren, mede omdat het belang van de man en het kind bij erkenning zwaarder woog.
De bijzondere curator, belast met de belangen van het kind, werd als deskundig beoordeeld en ondersteunde de erkenning. Verzoeken van de vrouw voor aanvullend onderzoek werden afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen en mogelijke vertraging.
De vrouw werd veroordeeld in de kosten van het deskundigenbericht. Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank en verleende de man vervangende toestemming tot erkenning van het kind.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming tot erkenning van het kind door de man en veroordeelt de vrouw in de kosten van het deskundigenbericht.