ECLI:NL:GHARN:2011:BT5851
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- R.A. Zuidema
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag na beschuldigingen van bedrijfsdiefstal en bewijslevering in kort geding
Appellant trad in september 2007 in dienst bij Hebo en was assistent voorman. In 2008 en 2009 verdwenen pallets laminaat uit het magazijn dat Hebo deelt met een ander bedrijf. Op 22 september 2010 diende appellant schriftelijk ontslag in tijdens een gesprek waarin hij werd aangesproken op diefstal. Hebo accepteerde het ontslag en stelde appellant op staande voet te hebben ontslagen wegens diefstal.
Appellant betwistte de geldigheid van het ontslag en vorderde loonbetaling en wedertewerkstelling. De kantonrechter achtte het ontslag voorlopig rechtsgeldig, gesteund door camerabeelden en getuigenverklaringen. In hoger beroep werd het spoedeisend belang van de wedertewerkstelling niet aangetoond, waardoor appellant daarin niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het hof oordeelde dat appellant gerechtelijk erkend had het ontslag te hebben getekend en onvoldoende bewijs leverde voor dwang of wilsgebrek. De beschuldigingen van diefstal konden niet in kort geding worden onderzocht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt het ontslag en verklaart appellant niet-ontvankelijk in de vordering tot wedertewerkstelling.