ECLI:NL:GHARN:2011:BT6599
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.H. Kuiper
- J.M. Rowel-van der Linde
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bedrijfsleiderschap en salarisbetaling in arbeidsovereenkomst kappersbedrijf
In deze zaak staat centraal of de werkneemster als bedrijfsleider kan worden aangemerkt volgens de CAO en het bijbehorende Functiehandboek van het kappersbedrijf. De werkneemster vordert betaling van achterstallig salaris inclusief toeslag voor bedrijfsleiderschap en wettelijke verhogingen. Het hof herhaalt de feiten en stelt vast dat de werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij aan alle criteria voor bedrijfsleider heeft voldaan zoals omschreven in het Functiehandboek.
Het hof overweegt dat het Functiehandboek strikte criteria stelt waaraan voldaan moet worden om als bedrijfsleider te worden aangemerkt, en dat de werkneemster deze niet aantoonde. Haar aangevoerde bewijsstukken en verklaringen zijn te vaag en onvoldoende om haar stellingen te ondersteunen. Ook de vermelding van haar functie op de website van de werkgever wordt niet zwaarwegend geacht.
Ten aanzien van de salarisbetaling stelt het hof vast dat de werkgever het salaris van de werkneemster over een bepaalde periode onjuist heeft berekend en te laat heeft betaald. Hoewel de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro wordt afgewezen wegens onvoldoende tijdig protest van de werkneemster, wordt de wettelijke rente over het te laat betaalde salaris toegewezen als schadevergoeding.
De vorderingen van de werkneemster worden verder afgewezen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd voor zover de wettelijke rente was afgewezen en voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: Werkneemster krijgt wettelijke rente over te laat betaald salaris toegewezen, overige vorderingen worden afgewezen.