ECLI:NL:GHARN:2011:BT6801
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt co-ouderschap en herziet kinderalimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 2003 getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun scheiding in 2008 ontstonden geschillen over het hoofdverblijf van de kinderen, de omgangsregeling en kinderalimentatie. De rechtbank had het hoofdverblijf bij de moeder vastgesteld en een omgangsregeling vastgesteld waarbij de kinderen om de veertien dagen wisselden. De man stelde hoger beroep in tegen de omgangsregeling en kinderalimentatie, terwijl de vrouw haar principaal appel introk na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst over de omgang.
Het hof oordeelde dat het hoofdverblijf niet in deze procedure opnieuw kan worden beoordeeld omdat de man dit ook aan de rechtbank heeft voorgelegd. De kinderalimentatie werd volledig herzien en aangepast aan de feitelijke zorgverdeling, waarbij het hof uitging van een zorgverdeling die vrijwel gelijk is aan co-ouderschap. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 721,56 per kind per maand voor bepaalde periodes en € 554,- voor andere periodes, rekening houdend met wooncomponenten en dagkosten.
De draagkracht van beide ouders werd nauwkeurig berekend op basis van hun inkomens, fiscale voordelen, woonlasten en lasten zoals pensioenpremies. De man werd verplicht om kinderalimentatie te betalen die rekening houdt met zijn aandeel in de kosten van verzorging en opvoeding, waarbij de bedragen per periode zijn vastgesteld tussen € 83,- en € 308,- per kind per maand. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het principaal appel van de vrouw en het verzoek van de man betreffende het hoofdverblijf af en stelt de kinderalimentatiebedragen per periode vast.