ECLI:NL:GHARN:2011:BT6907
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.P.J.A.M. van der Pol
- J.A.W. Lensing
- L.E.M. Hendriks
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van daderschap rechtspersoon bij overtreding voertuigbelasting
Op 27 augustus 2008 werd vastgesteld dat een vrachtauto, eigendom van een dochteronderneming van verdachte, te zwaar was beladen. Verdachte, als moedermaatschappij, werd ten laste gelegd dat zij als rechtspersoon verantwoordelijk was voor deze overtreding.
Het hof onderzocht het bewijs en concludeerde dat niet was komen vast te staan dat de activiteiten van de werknemer die de vrachtauto bestuurde, op enigerlei wijze voor verdachte waren verricht. Tevens ontbrak informatie over de concrete verhoudingen tussen de dochteronderneming en de moedermaatschappij.
De enkele omstandigheid van een 100% moeder-dochter relatie was onvoldoende om daderschap aan verdachte toe te rekenen. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Deze uitspraak benadrukt het belang van redelijke toerekening bij daderschap van rechtspersonen en stelt hoge eisen aan het bewijs dat een moedermaatschappij verantwoordelijk is voor gedragingen van haar dochterondernemingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het tenlastegelegde redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend.