Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARN:2011:BT7071

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
1 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
21-003952-09
Instantie
Gerechtshof Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 lid 1 Wet op de Accountants-AdministratieconsulentenArt. 36 Wet op de RegisteraccountantsArt. 55 Wet op de RegisteraccountantsArt. 422 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor onrechtmatig voeren van de benaming accountant

In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het onrechtmatig voeren van de benaming accountant zonder dat hij was ingeschreven in het register van registeraccountants, in strijd met artikel 41 lid 1 van Pro de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten. De tenlastelegging betrof het gebruik van de term 'accountant' in de bedrijfsnaam en op diverse communicatiemiddelen in de periode van maart 2007 tot maart 2009.

De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter, maar het hof constateerde dat een essentiële zinsnede, namelijk dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt dat verdachte tot het voeren van die benaming gerechtigd was, ontbrak in de tenlastelegging. Dit vormde een fundamenteel gebrek waardoor het feit niet bewezen kon worden verklaard.

Verdachte presenteerde zich niet als registeraccountant maar voerde zijn eigen naam. Gezien het ontbreken van deze zinsnede vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en sprak verdachte vrij. Het hof deed opnieuw recht en verklaarde het tenlastegelegde niet bewezen.

Het arrest werd gewezen door mr J.A.W. Lensing, voorzitter, mr R. de Groot en mr J.F.L. Roording, raadsheren, waarbij mr J.F.L. Roording buiten staat was het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens het ontbreken van bewijs voor het onrechtmatig voeren van de benaming accountant.

Uitspraak

Sector strafrecht
Parketnummer: 21-003952-09
Uitspraak d.d.: 1 februari 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de economische kamer
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter Sec. kt Wageningen van 1 oktober 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [postcode en woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 3 juni 2010 en 18 januari 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
feit:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2007 tot en met 01 maart 2009 te Wageningen, in ieder geval in Nederland, terwijl hij niet was ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36 en Pro/of register bedoeld in artikel 55 van Pro de Wet op de Registeraccountants, (telkens) anders dan in besloten kring de benaming accountant zonder nadere toevoeging, dan wel in enige samenstelling of afkorting, anders dan die van registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent, heeft gevoerd, dan wel zich (telkens) zodanig heeft gedragen, dat hij tot het voeren van die benaming gerechtigd was, immers heeft hij, verdachte alstoen aldaar (telkens) het woord accountancy gebruikt in zijn bedrijfsnaam, welke bedrijfsnaam telkens terugkeert op het briefpapier en/of visitekaartje en/of op de website en/of de telefoongids, terwijl verdachte niet was ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 36 en Pro/of artikel 55 van Pro de Wet op de Registeraccountants; art 41 lid 1 Wet Pro op de Accountants-Administratieconsulenten
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Verdachte wordt -kort gezegd- vervolgd wegens overtreding van artikel 41 lid 1 Wet Pro op de Accountants-Administratieconsulenten. Deze bepaling luidt als volgt:
“Het is degene, die niet is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36 of Pro in het register bedoeld in artikel 55 van Pro de Wet op de Registeraccountants verboden om anders dan in besloten kring de benaming accountant zonder nadere toevoeging dan wel in enige samenstelling of afkorting, anders dan die van registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent te voeren, dan wel zich zodanig te gedragen, dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt, dat hij tot het voeren van die benaming gerechtigd is.”
De zinsnede “dat daardoor bij het publiek redelijkerwijs de indruk moet worden gewekt” is echter niet in de tenlastelegging opgenomen. Verdachte presenteert zich niet als een registeraccountant maar voert de naam [naam]a. Gelet op het ontbreken van voornoemde zinsnede kan het tenlastegelegde feit niet bewezen worden verklaard, zodat verdachte van het tenlastegelegde behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr J.A.W. Lensing, voorzitter,
mr R. de Groot en mr J.F.L. Roording, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr A.B. de Wit, griffier,
en op 1 februari 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr J.F.L. Roording is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.